Diepte

Energietransities en democratie, deel 1: de opkomst van kolen

Op dit moment staan we aan de vooravond van een energietransitie. We stappen over van een samenleving die grotendeels draait op de energie van fossiele brandstoffen, naar een maatschappij die aangedreven wordt met schone, hernieuwbare energiebronnen.

Door: Max Muller.

 

Een transitie verloopt niet zonder slag of stoot. Om dit proces te stimuleren, kan het helpen om eerdere energietransities te bestuderen en welke – al dan niet onvoorziene – gevolgen deze hadden voor verschillende bevolkingsgroepen. Zoals de filosoof George Santayana het verwoordde: “Zij die de geschiedenis niet bestuderen, zijn gedoemd die te herhalen” [1]. Politicoloog Timothy Mitchell raakte hierdoor mede gemotiveerd om het boek “Carbon Democracy” [2] te schrijven. In dit fascinerende boek zet hij uiteen wat voor invloed fossiele brandstoffen hadden op politieke systemen en machtsverhoudingen tussen verschillende groepen mensen. In dit stuk volgt een samenvatting van een deel van zijn werk.

 

De opkomst van kolen

 

Hoewel de mens sinds de industriële revolutie hoofdzakelijk op fossiele brandstoffen leeft, werd onze energiebehoefte tot 200 jaar geleden voornamelijk vervuld met hernieuwbare bronnen. Deze bronnen van energie vinden allemaal hun oorsprong in de zon. Zonne-energie werd geconverteerd in graan en andere gewassen voor menselijk voedsel. Ook kon gras ermee groeien, waardoor dieren konden grazen die werden gebruikt ter vergemakkelijking van arbeid en voor méér voedsel. Daarnaast putte men uit de kracht van wind en water de mogelijkheden voor transport en machines [2, p. 12].

 

Tegen het einde van de 18e eeuw veranderde dit allemaal in rap tempo. De uitvinding van de stoommachine maakte het mogelijk om kolen te gebruiken om arbeid te mechaniseren. Zo brak de industriële revolutie aan in het Verenigd Koninkrijk. Later verspreidde die zich naar het Europese vasteland en de Verenigde Staten.

 

Deze ommezwaai van energiesysteem bracht enorme veranderingen met zich mee. Omdat mensen niet meer afhankelijk waren van grote lappen land die voorheen nodig waren om men van energie te voorzien (hout om mee te koken en huizen te verwarmen), konden grote groepen mensen dichter bij elkaar leven in steden. Voorheen leefden mensen voornamelijk verspreid over het land in kleine dorpen [2, p. 15].

 

De motivatie voor de aanleg van het spoorwegennetwerk vond haar oorsprong in het verlangen de kolen snel van A naar B te vervoeren. Later werd de bruikbaarheid van dit netwerk vergroot: ook mensen en andere goederen dan kolen konden op deze manier in hoog tempo vervoerd worden. De stoomtrein maakte het mogelijk om snel goederen, mensen en energie te verplaatsen.

Kolenmijnen in het VK in de 19e eeuw [7]

 

Het overschot aan energie moest érgens nuttig aan besteed worden. Om producten te fabriceren moesten ook grote hoeveelheden grondstoffen en rauwe materialen worden verkregen. Katoen werd bijvoorbeeld gezien als een zeer waardevol goed. Handel met landen waar deze en andere grondstoffen te vinden waren was weliswaar een mogelijke optie, maar de invoer van materialen met behulp van deze methode zou niet toereikend zijn [2, p. 16].

 

Daarom was een meer hardhandige aanpak nodig. Met behulp van de stoomboot werd het gemakkelijker om enorme afstanden over water te bereizen. Legers maakten hier gretig gebruik van en koloniseerden mede hiermee India en bijna heel Afrika. De begraven ‘zwarte zonneschijn’ voedde de Europese expansiedrift [2, p. 17].

 

De combinatie van de industriële revolutie en de koloniale overmacht maakte West-Europa ongeëvenaard machtig en rijk. Waar China en India tot en met het einde van de 18e eeuw op een vergelijkbaar welvaartsniveau stonden, groeide het verschil vanaf toen snel [2, p. 15].

 

De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vergrootte nog meer met de opkomst van de thermische elektriciteitscentrale. Die maakte het mogelijk om energie uit kolen om te zetten in elektrische energie. Tegen het einde van de 19e eeuw werd het hiermee mogelijk om miljoenen mensen van elektriciteit te voorzien. In de loop van de eerste decennia van de 20ste eeuw genoten steeds meer mensen van de luxe van elektrische energie – voor bijvoorbeeld licht – in een handomdraai [2, p. 19].

 

Stemrecht en arbeidsovereenkomsten

 

Al deze welvaart en rijkdom was dus grotendeels gebaseerd op het succes van de op kolen aangedreven stoommachine. Dit maakte mijnwerkers een cruciale schakel in het succesvolle transport van energie. Hun medewerking was een vereiste.

 

Mijnwerkers hadden echter genoeg redenen om niet altijd hun medewerking te verlenen. Ze maakten lange dagen, kregen weinig betaald en werkten in een gevaarlijke omgeving. Ook waren ze grotendeels uitgesloten van politiek zeggenschap: tot 1867 mochten mannen in het VK uit de arbeidersklasse niet stemmen [3] [4].

 

Mede door de opkomst van elektriciteit waren kolenmijnwerkers aan het einde van de 19e eeuw in de gelegenheid om, dankzij hun unieke positie binnen de energieafhankelijke samenleving, het energiesysteem ten faveure van hun eigen politieke en economische posities te saboteren.

De gevaarlijke werkplek van de kolenmijnwerkers [8]

 

Verenigd in vakbonden speelden kolenmijnwerkers een leidende rol in de strijd van werknemers voor meer politieke rechten en betere arbeidsvoorwaarden. In bijvoorbeeld de VS staakten kolenmijnwerkers tussen 1881 en 1905 drie keer vaker dan arbeiders uit andere industrieën [2, p. 19/20].

 

Alle stakingen, sabotages en onderhandelingen resulteerden in 1867 het VK in het verkrijgen van het stemrecht voor de kostwinners in huishoudens in steden. In 1884 werd dit stemrecht uitgebreid naar kostwinners in huishoudens op het platteland [3]. Mensen die bij hun ouders of in de huizen van hun werknemers woonden, konden toen echter nog steeds niet stemmen. Ook wat betreft de werktijden, arbeidsomstandigheden en lonen lieten de overheid en de eigenaren van de fabrieken en mijnen vaak nog veel te wensen over. Er moest nog meer actie worden gevoerd.

Tegenslagen

 

De macht van de arbeiders in de kolenindustrie en andere industrieën was voor sommige politici en fabriekseigenaren een doorn in het oog. Toen in 1893 een groep arbeiders in Featherstone, VK, demonstreerden voor hogere lonen schoten soldaten op een gegeven moment op de menigte. Hierbij kwamen twee mensen om het leven [9]. Na dit incident kwamen er wetten die vaststelden dat soldaten alleen ingeroepen mochten worden tijdens demonstraties als het lokale bestuur van het desbetreffende dorp of stad hiernaar verlangde [2, p. 62].

 

In 1910-11 gingen ditmaal kolenmijnwerkers uit het zuiden van Wales in staking voor hogere lonen. De staking lanceerde de zogenoemde “Great Unrest” van 1910-14. In deze periode werden meer stakingen en demonstraties in het VK uitgevoerd dan ooit tevoren.

 

Nog vóór zijn tijd als premier stond Winston Churchill aan het hoofd van het “Home Office”. Hij was verantwoordelijk voor het in de hand houden van de grote onrust die vanaf 1910 in het VK speelde. In augustus 1911, toen de stakingen zich uitbreidden van de kolenmijnen naar de spoorwegen, stuurde Churchill soldaten naar Wales om de orde te handhaven. Hiermee overtrad hij de wetten die ingesteld waren na het drama in Featherstone. “A new force has arisen in trades unionism […] the general strike “policy” is a factor that must be dealt with” had hij eerder al gezegd [2, p. 23].

 

Hoewel het in Wales gelukkig uiteindelijk relatief goed afliep voor de arbeiders, waren ze later in bijvoorbeeld Colorado in de VS minder fortuinlijk. In 1914 werden 60 kolenmijnwerkers, vrouwen en kinderen door de nationale garde met machinegeweren vermoord tijdens een staking [5] [6].

 

De restanten van Ludlow na de aanval van de National Garde in Colorado [10]

 

En toen?

 

Mitchell verschaft lezers van Carbon Democracy meer inzicht in het effect van de opkomst van kolen op democratische verworvenheden. In de jaren hierna is de geschiedenis van de wisselwerking tussen energiesystemen en politieke ontwikkelingen niet minder grillig verlopen in de jaren ervoor. Deel 2 van deze serie belicht hoe overheden en corporaties op slinkse wijze macht van kolenmijnwerkers hebben weten in te perken. Mitchells analyse zal ons meenemen langs de woestijnen van het Midden-Oosten, de gewiekste manoeuvres van Winston Churchill en zelf-saboterende oliebedrijven…

 

Bronnen

[1] George Santayana, “The Life of Reason” 1905/6. Gratis te lezen op: http://www.gutenberg.org/files/15000/15000-h/15000-h.htm . Zie ook: https://en.wikiquote.org/wiki/George_Santayana#The_Life_of_Reason_.281905-1906.29

[2] Timothy Mitchell, 2013. “Carbon Democracy – political power in the age of oil” Verso

[3] Antwoord Quora: https://www.quora.com/When-did-working-class-males-in-Britain-gain-the-right-to-vote

[4] Wikipedia stemrecht werkenden: https://en.wikipedia.org/wiki/Reform_Act_1832

[5] The Ludlow Massacre still matters, 18 april 2014, the New Yorker: https://www.newyorker.com/business/currency/the-ludlow-massacre-still-matters

[6] Coal miners and industrial relations: how miners secured worker’s rights, 9 juni 2016, the Conversation: https://theconversation.com/coal-and-industrial-relations-how-miners-secured-workers-rights-53371

[7] Coalfields of the United Kingdom in the 19th century: https://en.wikipedia.org/wiki/Coal_mining_in_the_United_Kingdom#/media/File:British.coalfields.19th.century.jpg  

[8] Zie : https://industrialrevolutionnewspaperjones.weebly.com/

[9] Soldiers kill three miners in Pontefract, the Guardian, 9 september 1893: https://www.theguardian.com/news/1893/sep/09/mainsection.fromthearchive

[10] Ludlow Massacre Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Ludlow_Massacre#/media/File:Ruins_of_Ludlow_restored.jpg

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *