skip to Main Content

Visliefhebbers opgelet! Hoe duurzaam is jouw visje?

Je struint over de markt en ziet een aantrekkelijk bord met ‘kibbeling’ of ‘Hollandse Nieuwe!’ Of je twijfelt tijdens het bestellen in een restaurant: vis of niet? Kopen of niet kopen, dat is de vraag. Veel mensen stoppen met vlees, vanwege de impact op het milieu, maar hoe zit het met vis? Hoe groot is nu eigenlijk het probleem in de visserij en wat is een goede oplossing?

Het probleem: overbevissing

Door: Jos Hummelen

Onze oceanen lopen door verschillende oorzaken gevaar. Door vervuiling en klimaatverandering verkeren ‘onze’ wateren in een slechte staat. Maar overbevissing staat stipt op nummer één als het gaat om urgentie. Want: we vissen eenvoudigweg veel te veel vis uit onze zeeën. Hierdoor heeft een vissoort niet genoeg capaciteit om te herstellen in aantallen. Volgens Greenpeace wordt van 90% van de vissoorten het maximale of zelfs meer de zee uit gehaald.

We zijn zo goed geworden in vissen, dat geen één soort vis meer veilig is voor onze enorme sleepnetten of zelfs onze spiksplinternieuwe methode: pulse vissen. Deze door Nederlandse vissers ontwikkelde methode geeft vissen een stroomschok, waardoor ze al dood zijn voordat ze het water uit worden gehaald. Handig toch? Tonijnvissers werken vaak met zogenaamde lokvlotten: dat trekt al het zeeleven naar zich toe. Dat is inclusief haaien, roggen, manta’s, etcetera. Al het zeeleven op één hoop is sowieso niet goed voor een ecosysteem, maar zeker niet als álles wordt opgevist. Aan de sleepnetten, die ook het bodemleven verwoesten, en bijvoorbeeld genoemde lokvlotten kleeft een behoorlijk luguber nadeel: de bijvangst.

Bijvangst betekent dat je iets hebt gevangen waar je niet naar op zoek was. Zo kunnen er zeeschildpadden of schitterende pijlstaartroggen dood aangetroffen worden in de netten aan boord of aan de vaste wal. Uiteraard zit er ook zeeleven bij wat je wel wilde, maar wat nog niet volwassen genoeg is om te verkopen, ook dat leven overleefd zo’n opeenhoping onder grote druk in een net zonder water vaak niet, zo valt ook te lezen in het onderzoek van Van Marlen uit 2016. De Noordzeevissers hebben al jaren moeite om de bijvangst terug te dringen.

Internationale samenwerking

Een eerste excuus om zelf de keuze even uit te stellen is het wijzen de eigen overheid. Wat spreken de heren in Den Haag af om dit probleem te verhelpen? Omdat vissen zich niet houden aan landsgrenzen is dit een internationaal probleem geworden. Gelukkig spreken de ministers van landbouw en visserij binnen de EU elkaar jaarlijks. Ze spreken af wie wat uit de zee mag halen. Daarbij krijgen ze advies van wetenschappers die de visstanden bijhouden. Het enige nadeel: slechts soms worden de adviezen ter harte genomen en met piratenvisserij wordt niet gerekend. Piratenvissers vissen zonder vergunning en niet onder een vlag van een land. Erger nog: ze vissen soms in beschermde gebieden. Geen concurrentie! Dat is snel verdiend. Maar de vis wordt duur betaald.

Hoe staat het ervoor met de legale visserij? Zelfs de vissersbond erkent dat in de Waddenzee de visstand daalt. Over de Noordzee komen tegenstrijdige berichten. De wijd gerespecteerde WUR stelde in 2015 dat de quota’s helpen. Bij duurzaamnieuws.nl  is men in 2018 nog steeds afwachtend en stelt men dat bij veel soorten niet eens vast te stellen is in hoeverre ze worden overbevist. Zo heeft Greenpeace een visvangstwijzer gemaakt, om per soort te zien hoe duurzaam het is om die vis te eten. Ook dit overzicht toont geen florissant beeld van ‘onze’ Noordzee. Het NRC rapporteert in 2014 dat Griekse biologen stellen dat internationale samenwerking al sinds 1990 faalt. In 2017 volgt een soortgelijk bericht, maar geen verandering in beleid in Europa. Bovenstaande betreft nog drie nabijgelegen zeeën, waarbij de territoriale wateren steevast toebehoren aan democratische en relatief rijke landen. Dat is waarschijnlijk slecht nieuws voor de vis, elders op deze planeet.

Nationale wetgeving

Hoe zit het dan met de nationale wetgeving? Op dit gebied lijken de ministers de  wetenschappers niet altijd serieus te nemen en worden adviezen lang niet altijd opgevolgd. Daarnaast zijn de vissers ook niet altijd even oprecht. Een voorbeeld: vissers hebben sinds 2013 de ‘aanlandplicht’. Hierbij moet bijvangst van bedreigde soorten gemeld en aangevoerd worden, die dan in mindering worden gebracht van het geldenden quotum. Omdat dit veel werk is, frauderen vissers hierbij. Kweekvis even daargelaten, lijkt bijvangst promoten door ervoor te bepalen niet bepaald duurzaam. Zoals vlees eten ook niet diervriendelijk of duurzaam is, is vis eten dat ook niet. Daarvoor hoef je alleen maar naar de visstand te kijken en naar wat er allemaal mis gaat om de vangst in te perken.

Consumentengedrag: Is bijvangst de oplossing?

Hoe zit het dan met consumentengedrag? Want als wij als consument geen vraag meer hebben, zal het aanbod ook verlagen. Of kan het ook anders?

In Amsterdam vallen twee initiatieven op: Extra Catchy en Restaurant Bijvangst. Beide bedrijven zijn open over dit probleem en proberen mee te denken over een oplossing.  Omdat ik benieuwd ben hoe zij naar bovenstaande kijken, nodig ik hen herhaaldelijk uit voor een interview, maar kreeg nul op het rekest. Toch valt er genoeg over hen te vinden. Extra Catchy (EC) maakt visburgers van bijvangst uit de Noordzee. Klinkt goed! Vooral als je beseft dat voor elke kilo vis, er vijf kilo bijvangst wordt weggegooid.

In het NRC recenseert Petra Possel Restaurant Bijvangst en benoemd dat bijvangst wordt tegengegaan door het ‘op de kaart te zetten’. Een leuke woordspeling, maar toch blijft bij ons de vraag bestaan: is het ethisch om de manier van vissen (met alle collateral damage) te accepteren en zelfs rendabel maken tegenover het promoten van gerichter en minder vissen? Mevrouw Possel is gewoon een nietsvermoedende klant en koopt het idee van duurzaamheid al te gemakkelijk. Zowel Restaurant Bijvangst als EC gebruiken expliciet de term ‘duurzaamheid’ op hun website. Bij EC betreft het hier het voorkomen van het weggooien van vis, wat zijn naast duurzaam ook ‘eerlijk’ noemen. Mogen deze kernwoorden, met de kennis over het leegvissen van de oceanen in het achterhoofd, wel gebruikt worden met betrekking tot vissen? Het eten van bijna alle soorten vis, en dus ook bijvangst,lijkt oneerlijk in alle opzichten: ten aanzien van het vermogen voor de vissen zelf om te herstellen en aan te sterken door de rigoureuze manier van vissen waarbij de kwantiteit meer uitmaakt dan de precisie (of het ecosysteem).

Bij Restaurant Bijvangst wordt de term ‘duurzaamheid genoemd met betrekking tot de boten die voor het restaurant hun bijvangst apart houden: twee van de drie zijn pulsvissers.Men is echter in zowel de wetenschap als in de Europese Unie nog niet zo zeker van het duurzame karakter van pulsvissen, zoals eerder in dit artikel al beschreven. Sterker nog: pulsvissen is tegengehouden door het Europees Parlement. Daarnaast zijn verschillende milieuorganisaties faliekant tegen. Bij beiden lijkt het label ‘duurzaamheid’ misschien wat te vlug gegeven om ervoor te zorgen dat het product verkoopt. Het tegenargument blijft dan alsnog: maar die is toch al uit het water gehaald! Het is zonde om de vis dan niet te gebruiken! Hier valt zeker iets voor te zeggen. Maar toch lijkt dit enkel een doekje tegen het bloeden. Door bijvangst te eten wordt de visvangst zoals deze nu plaatsvindt geaccepteerd. Sterker nog: Er wordt een businessmodel van gemaakt, zodat het kan blijven voortbestaan. De vissers krijgen een extra incentive om door te vissen op een excessieve manier. Is het duurzaam om bijvangst te eten of is het duurzaam om geen bijvangst te vangen? Ondersteun je liever de huidige visvangst maar dan zonder schuldgevoel of wil je een statement maken en stop je helemaal?

Als je perse een visje wilt, eet dan bijvangst, altijd beter dan een gangbaar visrestaurant. Maar zolang wij de initiatieven niet hebben gesproken, geldt onze stellingname: zowel Extra Catchy als Restaurant Bijvangst vissen in troebel water.

Jos Hummelen

Jos (29) is van huis uit geograaf. In Amsterdam bedachten ze het honderd jaar geleden al: groen is goed voor mensen. Jos geniet er elke dag van dat dit nog steeds te merken is in onze hoofdstad. Naast passie voor mooie en groene steden en de innovatie die daar plaatsvindt, houdt Jos zich bezig met Afrika en de ontwikkelingen die daar plaatsvinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top