Uitgelicht

Weg met het consumentisme

Hebben, hebben, hebben. Nederland kent een graaicultuur. Nederlanders zijn consumenten. Ikzelf kan mij (helaas) ook tot die groep rekenen. Maar vind je het gek?

Wanneer ik door de stad loop, het centrum van Amsterdam, zie ik elke week weer andere dingen. Andere collecties in de etalages. Andere kleding op de paspoppen. Elke week is de stad anders aangekleed. En elke week krijg ik een Pavlov-reactie. Want die ene jurk past perfect tussen die andere zwarte jurkjes, want: een Little Black Dress – LBD voor intimi – is essentieël in iedere vrouwengarderobe. Dus met drie zit je zeker goed.

Ja, ik durf wel zo ver te gaan om de commerciële industrie de schuld te geven van mijn koopdrang. Doordat ik dus elke week iets nieuws zie, word ik steeds weer geprikkeld. En doordat er elke week iets nieuws in de winkels hangt, krijg ik het nu-of-nooit-gevoel, je weet wel: je moet het nu kopen, anders is het voorgoed weg.

Daarom mijd ik de winkels. Voor mijn (veelal onduurzame) consumentisme heb ik een consuminderplan de campagne opgesteld waar vrekkenmagazine Genoeg trots op zou zijn: ik koop niet meer in de Kalverstraat – de 9 straatjes zijn bij de weg veel hipper – en zoek mijn heil bij kringloopwinkels en kledingruilfeestjes. Een capsulegarderobe, bestaande uit zo’n 15 basisitems, is de nieuwe walk-in-closet, dus daar ga ik me aan wagen. Maar oh, wat ziet die nieuwe Consious Collection van H&M er toch mooi uit…