Nieuws

Het Akkoord van Parijs: een jaar later

Ruim een jaar geleden werd het klimaatakkoord van Parijs gepresenteerd. Maar liefst 174 wereldleiders zetten hun handtekening onder het document. Nadat (nu demissionair) minister-president Mark Rutte namens Nederland zijn krabbel had gezet, sprak hij van ‘een historisch akkoord’.  Een jaar later heeft de Amerikaanse president Donald Trump aangekondigd zijn land terug te trekken uit het akkoord en lijkt het wereldwijde optimisme van toen gekoeld te zijn. Is er echter wel nog reden tot hoop in ons kleine landje? Is Rutte’s ‘historische handtekening’ het begin geworden van een duurzamer Nederland?

Door Bram Henssen, correspondent politiek

Aan welke afspraken moet Nederland zich houden?
De afspraken die de landen in Parijs gemaakt hebben, moeten zorgen dat de gemiddelde temperatuur van de aarde niet meer stijgt dan anderhalve graad sinds het begin van de industrialisatie. De belangrijkste manier om de temperatuurstijging binnen te perken te houden is door het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen.

Alle meewerkende landen hebben als doel gesteld de netto uitstoot in de tweede helft van deze eeuw tot nul terug te brengen. Elk land moet volgens het klimaatakkoord een visie opstellen om de vermindering van de uitstoot te realiseren en vervolgens wordt elke vijf jaar gekeken in hoeverre dat gelukt is.

Nederland heeft naar aanleiding van het klimaatakkoord de volgende doelen geformuleerd: in 2020 moet 14% van de energiebehoefte duurzaam zijn opgewekt, in 2023 moet dat verhoogd zijn tot 16% en in 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam worden opgewekt. Hoewel deze doelen op papier haalbaar lijken, zullen er snel en veel dingen moeten veranderen om ze te halen. In een wereld waarin steeds meer elektriciteit wordt gebruikt, nog steeds bijna alleen maar benzineauto’s rijden en het welvaartsniveau alsmaar stijgt, is 33 jaar niet zo heel lang om klimaatneutraal te worden.

Hoe gaan de doelen bereikt worden?
Het ondertekenen en ratificeren van het Akkoord van Parijs betekent dat de Nederlandse overheid zich wil inzetten voor een klimaat-neutrale toekomst. In bijna alle partijprogramma’s van de afgelopen verkiezingen wordt dit doel genoemd, hoewel het een kleine rol heeft gespeeld in de aanloop naar de verkiezingen. Niet alle partijen even concrete maatregelen bedacht om Nederland klimaatneutraal te krijgen. GroenLinks en de Partij voor de Dieren dragen de duidelijkste beleidspunten aan zoals vleesbelasting, heffingen op autogebruik en de sluiting van kolencentrales om de Nederlandse uitstoot te verminderen. De VVD en CDA willen de markt de ruimte geven om verduurzaaming van Nederland zelf in te richten. De PVV is de enige grote partij die de doelen van Parijs niet als prioriteit ziet en zelfs lijkt te twijfelen aan de noodzaak van het akkoord.

Uit de huidige formatie zullen de eerste beleidsmaatregelen komen die gebaseerd zijn op het Parijsakkoord. Het is hopen op maatregelen die het terugdringen van klimaatverandering serieus nemen. De lage prioriteit van het onderwerp in de aanloop van de verkiezingen, de weinig concrete partijprogramma’s en het wegvallen van een groene partij als GroenLinks aan de onderhandelingstafel lijken helaas te wijzen op een slap regeerakkoord met betrekking tot verduurzaming. In dat geval kan een gebrek aan optimisme niet alleen worden toegeschreven aan klimaatsceptici als Donald Trump, maar ook aan minder schreeuwerige politici die wel graag een mooie toekomst beloven, maar niet hard werken aan het beleid om deze belofte na te komen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *