skip to Main Content

Column: Belang van de participatiemaatschappij

Column: Belang Van De Participatiemaatschappij

Nederland is een klaaglandje. Ook op duurzaamheidsgebied klagen we veel, en dan vooral over dat anderen te weinig doen: van bedrijfsleven, de overheid tot China. Mijzelf heb ik er – helaas – ook regelmatig op mogen betrappen. Waarom klagen we met z’n allen zo veel? En is dat klagen eigenlijk wel terecht? De werkwijze van onze overheid heeft daar veel mee te maken, naar mijn idee. En die is aan het veranderen.

Nederland staat bekend als verzorgingsstaat. De overheid heeft daarin als functie om randvoorwaarden te scheppen waarbinnen haar burgers hun leven in kunnen vullen. Sociale zekerheid, een goed functionerend zorgstelsel en ook nog eens goede openbare voorzieningen. Maar diezelfde verzorgingsstaat maakt ons lui en – in toenemende mate – geïrriteerd. Lui omdat we zelf geen rol meer hebben in de randvoorwaarden van ons eigen leven. Geïrriteerd omdat onze eigen creativiteit en ondernemersgeest worden afgeremd, onder het mom dat de overheid  ‘het wel even regelt’.

Rutte II spreekt in haar kabinetsplannen over de transitie van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Meer en meer verantwoordelijkheden komen bij de burger te liggen, om zaken in samenwerking op lokaal niveau goed te regelen. De overheid is daarbij echter één ding vergeten: dat de Nederlandse wet- en regelgeving niet ingericht is op zoveel lokaal initiatief. Wettelijke restricties en ambtelijke bureaucratie werpen drempels op voor de ontwikkeling van de participatiesamenleving.

In 2011 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving het rapport De energieke samenleving. Hierin wordt beschreven dat de overheid in plaats van een uitvoerende rol veel meer een sturende rol in zou kunnen nemen, waarbij de samenleving de energie heeft om hun eigen randvoorwaarden vorm te geven. Bij deze sturingsfilosofie past ook dat de overheid procesbegeleider wordt in plaats van inhoudelijk expert. De overheid zal dan moeten accepteren dat er derden zijn die meer inhoudelijke kennis hebben van bepaalde processen dan zij zelf. Deze sturingsfilosofie is een mentale omslag voor veel overheidsinstanties die graag de touwtjes in eigen handen lijken te willen houden.

Toch zie ik tekenen van verandering. De akkoorden die het huidige kabinet sluit – al zijn ze niet allemaal even vooruitstrevend – zijn na overleg met grote groepen partijen tot stand gekomen. Het Energieakkoord is hier een voorbeeld van. Ook is er momenteel een meldpunt voor knelpunten in regelgeving om lokale duurzame initiatieven te versnellen. Tot slot werd op 10 maart de site duurzaamdoen.nl gelanceerd, waarin de overheid probeert om burgers inspiratie te geven voor een meer duurzame levensstijl. Tekenen waaruit blijkt dat de overheid zich steeds meer bewust wordt van haar toekomstige rol.

Deze nieuwe rol geeft burgers meer ruimte en vrijheid om naar eigen idee onze randvoorwaarden in te vullen. Om ons hierin verder te onwikkelen zullen we, bij een krimpende overheid, zelf het initiatief moeten nemen om op een andere manier naar onze maatschappij te kijken. In plaats van afwachten en ‘te worden verzorgd’, zullen we zelf meer aan de slag moeten om onze eigen kennis en expertise in te zetten voor een betere maatschappij. Onder studenten en starters zien we deze beweging: steeds meer lokale initiatieven en startende sociale ondernemingen komen op, omdat zij – naast winst maken – zich ook realiseren dat het leveren van een maatschappelijke bijdrage noodzakelijk is.

Kortom, we zijn al aardig op weg. Zowel bij de overheid als vanuit de maatschappij. Nu is het zaak om door te zetten, en de overheid te overtuigen dat de maatschappij deze nieuwe rol op zich kan nemen. Alleen dan zullen grote instellingen de touwtjes uit handen durven geven. Burgers en bedrijfsleven zullen samenwerkingen aan moeten gaan om tot oplossingen te komen waarbij zowel voldoende expertise als voldoende draagvlak aanwezig is. Alleen op die manier kunnen we samen de duurzame samenleving van de toekomst vorm geven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top