skip to Main Content

Het moet anders

Het Moet Anders

Geen duurzame economie zonder duurzame financiële sector. Dat is de gedachte achter het Sustainable Finance Lab, een netwerk van zestien hoogleraren en experts, onder voorzitterschap van voormalig Rabobank-topman en oud-SER-voorzitter Herman Wijffels. Tot de initiatiefnemers behoren Triodos-directeur Peter Blom, hoogleraar duurzaamheid Klaas van Egmond en de wetenschappers Arnoud Boot en Ewald Engelen. Doel is de sector te bewegen afscheid te nemen van de trend naar steeds groter, complexer en riskanter.

Het Sustainable Finance Lab (SFL) ontwikkelt ideeën voor een daadwerkelijke verduurzaming van de financiële sector. Daarmee bedoelt het SFL een stabiele en robuuste financiële sector die bijdraagt aan een economie die de mens dient zonder daarbij zijn leefmilieu uit te putten.

Zo’n financiële sector komt er niet vanzelf. De eerste hervormingen in reactie op de kredietcrisis zijn vooral gericht op het bestrijden van uitwassen en aanscherping van het toezicht. Het financiële systeem moet weer stabiel worden, zodat de economie zo snel mogelijk weer kan terugkeren naar het groeipad van voor de crisis. Daarbij is helaas weinig oog voor de fundamentele problemen in het financieel-economische systeem. Neem de onhoudbare groei sinds midden jaren ’90 die enkel mogelijk was door een steeds verder oplopende schuldlast. Bovendien wordt de verbinding tussen de financiële crisis, toenemende milieuproblemen en sociale ongelijkheid nauwelijks gelegd.

Het moet anders
Voor de leden van het Sustainable Finance Lab is dat reden om zich te mengen in het maatschappelijk debat. Verduurzaming van de financiële sector vraagt om meer fundamentele veranderingen dan het beperken van risico’s voor de belastingbetaler. Tijdens een serie SFL discussieavonden, druk bezocht door bankiers en beleidsmakers, bleek er brede overeenstemming te bestaan dat het anders moet. Een peiling van Motivaction wijst uit dat 40% van de bevolking een combinatie van dienstverlening en duurzaamheid als hoofddoelstelling ziet voor de financiële sector. Aanscherping van de randvoorwaarden is dus niet genoeg: het streven naar maximale winsten op korte termijn biedt geen toekomst. De trend in de financiële wereld van steeds groter, complexer en riskanter moet worden gekeerd.

Naar een dienstbare sector
We lopen steeds pijnlijker aan tegen de sociale en ecologische grenzen van het huidige economische model. Dat dwingt ons de omslag naar duurzaamheid te maken, maar dat vereist oog voor de kansen en risico’s op de lange termijn. De financiële sector heeft deze risico’s in het verleden niet goed ingeschat. Banken, pensioenfondsen en andere financiële instellingen geven blijk van een oriëntatie gericht op de korte termijn. Dat is niet langer houdbaar. De samenleving moet er weer op kunnen vertrouwen dat de financiële sector ten dienste staat van een duurzame ontwikkeling van de reële economie.

Inmiddels is er meer aandacht gekomen voor het dienstverlenende karakter van financiële instellingen en het centraal stellen van de klant. Maar daarmee zijn we er nog niet. Het kabinet heeft in 2013 een visie op de toekomst van de bankensector geformuleerd en daarin mist nog een milieuparagraaf. Moet een bank wel de belangen van elke klant willen dienen? Hoe kan een bank verantwoord omgaan met een grote zakelijke klant die ernstige milieuvervuiling veroorzaakt en zich daar niets van aantrekt? Uiteraard ligt de bal niet alleen bij de overheid, het is ook aan de banken zelf om heldere uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid vast te leggen.

Schok
Onderzoek van SFL laat zien dat de benodigde transitie naar een duurzame energievoorziening voor sommige financiële instellingen een flinke schok zal betekenen. Om de opwarming van de aarde te beperken en oncontroleerbare klimaatveranderingen tegen te gaan, is internationaal overeengekomen dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen fors moet worden beperkt. Dit betekent dat zo’n 60-80% van alle bewezen olie, gas en kolenreserves niet kan worden gebruikt en dus dat de aandelen van olie-, gas- en mijnbouwbedrijven zijn overgewaardeerd. De Nederlandse pensioensector is kwetsbaar voor deze carbon bubble vanwege hun beleggingen in fossiele grondstoffen. Het is dus ook in het belang van financiële instellingen zelf om meer rekening te houden met ecologische grenzen.

Meer eigen vermogen
Op dit moment gaat de maatschappelijke discussie voor een belangrijk deel over de kapitaalbuffers van banken, met andere woorden, welk deel van de totale financiering van een bank uit eigen vermogen moet bestaan. Meer eigen vermogen beperkt het gevaar dat de belastingbetaler, of in de toekomst het Europees resolutiefonds, moet bijspringen als een bank in de problemen komt. Maar het gaat om meer dan dat. Een grotere schokbestendigheid van banken bevordert namelijk ook hun oriëntatie op de lange termijn en stabiele kredietverlening aan reële economie. SFL-leden pleiten daarom voor een veel stevigere verhoging van het eigen vermogen dan wat het kabinet nu voor ogen heeft.

Uitdaging
Lichtpuntje is dat bij banken en verzekeraars de SFL-aanbeveling om standaardproducten voor consumenten aan te bieden inmiddels brede weerklank heeft gevonden; enkel is dit nog nauwelijks in daden omgezet. Er is bovendien nog onvoldoende hervormd om te voorkomen dat de financiële waan van de dag na verloop van tijd weer de overhand krijgt. Het blijft een uitdaging om te zorgen dat milieurisico’s voldoende aandacht krijgen in de risicobeheersing van financiële instellingen en in het toezicht op die instellingen.

Uiteindelijk heeft de financiële sector veel te winnen bij een meer dienstbaar karakter en bij een actievere opstelling waar het gaat om verduurzaming. Een duurzame financiële sector kan immers ook niet zonder een duurzame economie.

Geschreven door Francis Weyzig

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top