skip to Main Content
Aart Van Veller: “niet Beleren, Maar Verleiden!”

Aart van Veller: “niet beleren, maar verleiden!”

In vier jaar is Vandebron een speler van formaat geworden in de energiemarkt van Nederland. Wij zochten oprichter en directeur Aart van Veller op om te spreken over zijn bedrijf, de energietransitie en hoe je mensen meekrijgt.

Door: Jos Hummelen

In een binnentuin aan de Herengracht zit de succesvolle zakenman en hippiezoon Aart van Veller (33) te wachten tot de recorder begint te draaien. Bij zijn eindexamen VWO zei hij het al: “ik wil succesvol zijn, maar ik wil ook iets goeds doen.” Na ‘Wij Zijn Koel’ en ‘Cool Endeavour’ richt hij in 2013 Vandebron op. Daarin komen succesvol zijn en goed zijn voor de wereld om hem heen samen. Inmiddels zijn meer dan 130.000 huishoudens aangesloten bij Vandebron, scoort zijn bedrijf een 9,6 op de stroomranglijst van de Consumentenbond en zijn klanten ook zeer tevreden, via Klanten Vertellen lees ik dat Vandebron een 8,8 scoort. Aart vertelt vrijelijk over wat hem drijft, hoe het gaat en waar het naartoe moet.

“Op een verjaardag of door salesmensen aan de telefoon wordt  vaak begonnen met het grote probleem: climate change. Mensen hebben in het algemeen niet zo veel zin om het daarover te hebben. Zij voelen zich machteloos en vragen zich af: ‘wat maakt mijn kleine aandeel op die zeven miljard mensen nou uit? Wat maakt het uit als ik overstap op duurzame energie?

Wij proberen het bij Vandebron concreet en behapbaar te maken. Wij zeggen: het maakt wél uit wat jij doet. We kijken daarbij ook naar de behoefte van de klant. Welke vraag kunnen wij oplossen? Er vindt een enorme verandering plaats in de samenleving, met of zonder ons, dat maakt niet uit. Onze rol is om dat te versnellen. Wij willen  klaar zijn voor de nieuwe toekomst. Daarbij willen we klanten helpen om daar ook klaar voor te worden.

Dat betekent concreet dat we vroeger grote kolen- en gascentrales hadden die onze energie opwekten. We gaan toe naar een landschap waarin we dat zelf doen, we zorgen zelf voor onze energie. In dat nieuwe model is het heel onlogisch dat dat grote bedrijf geld verdiend aan de kilowatt-uurtjes die jij opwekt. Dat is een perverse prikkel: we moeten juist minder gaan stoken! In het nieuwe model heb je dus een platform nodig. Een platform dat je helpt om je energie zelf op te wekken of aan te vullen met energie dat lokaal is geproduceerd. En dat je die gebruikt op de tijd dat er het meeste beschikbaar van is. Dat is een ander type bedrijf.

De rol van een energiemaatschappij gaat van tussenhandelaar naar een bedrijf dat faciliteert om het zelf te kunnen. We verdienen dus niet op verbruik, maar we hebben een vast abonnement onafhankelijk van je verbruik. Daarmee hebben we hetzelfde belang: minder gebruik.

Laat ik het even anders aanvliegen. Als je het hebt over voedsel, dan vind ik dus dat er een goed alternatief moet komen voor vlees, bijvoorbeeld kweekvlees. Geen dierenleed, een factor 20 minder vervuiling, terwijl je wel inspeelt op de behoefte: namelijk dat mensen wel vlees willen eten. Daar komt ook een stukje technologie bij kijken. De uitdaging is om het voor dezelfde of een lagere prijs te produceren.

Uiteindelijk is er ook een andere mindset nodig om er samen te komen. Dat geloof ik ook echt wel. Maar de manier om daar te komen is niet met het wijzende vingertje. De manier is producten en diensten maken die in alle opzichten beter zijn, waarbij je dus niet hoeft in te leveren op comfort, in prijs of in wat dan ook. Vanuit dat gedrag komt een intrinsieke motivatie om duurzaamheid in meerdere facetten van het leven in te zetten. Dat werkt beter dan het opgeheven vingertje en zeggen: je moet het allemaal minder doen. De boodschap: minder, minder, minder, werkt niet.

Als je het over dit onderwerp wilt hebben, moet je je ten eerste inleven in de persoon die je tegenover je hebt. Een voorbeeldje: in de Verenigde Staten zijn veel mensen met zonnepanelen ex-militairen. Die zijn goed bezig. Die doen dat niet omdat ze duurzaam willen zijn, maar daarachter zit juist een onafhankelijkheidsgedachte. Vanuit wat hij of zij belangrijk vindt, moet je het gesprek aangaan. Mensen vinden de mondiale problematiek echt wel erg, ze weten het wel, maar ze weten wat ze er vervolgens mee moeten. Dus er is weinig onwetendheid over het probleem, maar wel onwetendheid over de oplossing.

De Milieubeweging en andere partijen zijn daar wel verantwoordelijk voor. Zij komen steeds met het doemscenario, vervolgens gebeurt er in de belevingswereld van mensen maar heel weinig. Ja, we kunnen misschien niet altijd meer schaatsen in de winter, maar het doet geen pijn. Dan krijgen mensen zoiets van: het zal wel. Een doemscenario gekoppeld aan de boodschap dat we minder moeten consumeren. Daar zit niemand op te wachten. Dat gaat niet aanslaan.

In het algemeen ben ik wel pessimistisch over hoe de energietransitie op dit moment verloopt in Nederland. We zijn bijna het slechtste jongetje in de klas. Er worden wel stappen gezet, maar het gaat echt extreem traag. Ik zit als een klein rebels partijtje aan de ‘elektriciteits tafel’ als het gaat om het klimaatakkoord. Ik zie dus van dichtbij hoe de hazen lopen. Ik probeer op basis van goede argumenten te zorgen dat we wat sneller gaan. Maar de belangen zijn erg groot. Bijna 20% van ons bruto nationaal product is terug te herleiden naar fossiele brandstoffen. Dat is een gigantische afhankelijkheid die we hebben en die veranderd moet worden naar een andere inkomstenstroom. De lobby van de oude energiemarkt is groot en sterk. Mijn enige hoop is dat duurzame energie zo goedkoop is dat het gewoon niet tegen te houden is. Dat consumenten het op hun dak schroeven, dat groene energie zo aantrekkelijk is, dat je er domweg niet omheen kan.”

Aart begeleidt mij naar de uitgang. Ik loop door het stokoude, prachtige pand waar op vier verdiepingen wordt gewerkt aan de energietransitie. Maar niet met het wijzende vingertje. Zo wordt het dus nog ingewikkelder. Als docent aardrijkskunde zet me dit gesprek ook aan het denken. Niet inspelen op moraliteit, maar dat laten ontstaan en vervolgens mijn leerlingen laten ontdekken wat ze er zelf mee willen. Dat is inderdaad nog een veel grotere uitdaging van ge- en verboden.

 

Jos Hummelen

Jos (30) studeerde interdisciplinaire sociale wetenschappen (ASW) en geografie in Utrecht. Woonachtig in Amsterdam geeft Jos aardrijkskunde, maar is nog verbonden met de studentenscéne. Studeren zelf is ook niet klaar. Zo volgt Jos masterclasses bij Verspers en online bij de Harvard University. “In Amsterdam bedachten ze het honderd jaar geleden al: groen is goed voor mensen.” Jos geniet er elke dag van dat dit nog steeds te merken is in onze hoofdstad. Naast passie voor mooie en groene steden en de innovatie die daar plaatsvindt, schrijft Jos opvallend veel over Afrika. Waarom? “Omdat het wel wat meer aandacht verdiend.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top