skip to Main Content
Magiërs Van De Vrije Markt: Over De Retoriek Van Klimaatsceptici

Magiërs van de vrije markt: over de retoriek van klimaatsceptici

Klimaatsceptici zetten hun hakken harder in het zand dan ooit. Hoewel er stappen in de juiste richting worden gezet wat betreft de verduurzaming van de energiesector, is hun invloed zeer aanwezig. Ze proberen uit alle macht de energietransitie uit te stellen en slagen hierin met vlag en wimpel. Terwijl het casino in brand staat, dobbelen zij met het lot van een leefbare wereld. Wat maakt hen zo succesvol?

Door Arian Van Huis 

Nu de ophef over nepnieuws in volle gang is, lijken feiten een grote Rorschach-vlek: iedereen neemt de vrijheid om er wat anders van te maken. Gezien het enorme volume van (des)informatie dat beschikbaar is, is het ook niet zo gek dat we met z’n allen in opperste staat van verwarring zijn. Feiten zijn nu eenmaal een rekbaar begrip, dat is geen nieuws. Wat dankzij de zaak van Cambridge Analytica nu echter aan de oppervlakte begint te komen, is dat het gericht verspreiden van nepnieuws geinstitutionaliseerd is, verwoven met de Westerse democratie die wij als zo vooruitstrevend beschouwen. Dat is al decennia zo. Hij die het verdraaien van de waarheid eigen heeft gemaakt, gaat door het leven onder de glamournaam “scepticus”. Een slimme marketingtruc, want er is niets zuiver sceptisch aan deze groep individuen. Deze pleitte in de jaren 60 voor de gezonde effecten van roken en later tegen het afschaffen van DDT. Hij ontkende het gat in de ozonlaag en demoniseerde het gebruik van vaccinaties. Vaak zijn het wetenschappers die achter dit soort praktijken zitten, vaak ook niet. In de moderne tijd hebben we echter te maken met de meest gevaarlijke soort: de klimaatscepticus of ‘climate change denier’. Bezeten van de ideologie van de ultra-vrije markt probeert hij niet aflatend de energietransitie te vertragen en ons ervan te overtuigen dat wetenschappers marionetten zijn van een overheid die samenzweert met energiegiganten. Met behulp van zijn retoriek en de media holt hij zowel de wetenschap als de feiten daarachter compleet uit: door te schreeuwen, te manipuleren en te beschuldigen. Daarmee brengt hij ons allemaal in gevaar.

Al in 1965 sprak de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson 1965 voor het Amerikaanse Congres over onomkeerbare veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer. Na moeizaam overleg over woordkeuze, concludeerde het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 1995, 30 jaar later, dat er een “waarneembare” menselijke invloed is op het wereldwijde klimaat. Dit tweede IPCC-rapport was het eerste document dat de menselijke invloed op het klimaat met een breed, internationaal draagvlak van meer dan 800 klimaatwetenschappers bevestigde. Inmiddels zijn we bij het vijfde rapport van het IPCC aanbeland waarbij de taal is opgeschroefd naar: “Warming is unequivocal (…)” en “Human influence on the climate is clear”. Het is moeilijk te geloven dat zo’n conclusie in 2014 pas geschreven kon worden. Sinds eind 19e eeuw weten we al van het bestaan en de werking van verschillende broeikasgassen. Sinds de jaren zestig was het in vrijwel alle wetenschappelijke kringen bekend dat de mens de samenstelling van de atmosfeer onomkeerbaar kon doen veranderen. Bijna vijf decennia later klinkt de roep van ieder die de moeite heeft genomen zich in te lezen in deze kwestie: “Doe er iets aan en doe het snel.”

Verandering gaat echter niet zonder slag of stoot. In 2006 berichtte Time magazine dat slechts 56% van de Amerikaanse bevolking geloofde dat de gemiddelde wereldwijde temperatuur de afgelopen eeuw gestegen was. Nu Donald Trump in het zadel zit is Amerika, de op één na grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld, uit het Parijs-akkoord gestapt, één van de laatste reddingssloepen die de wereld heeft. Sinds Trump’s presidentschap is de Amerikaanse Milieubescherming EPA effectief het zwijgen opgelegd en het bestaan van klimaatverandering door menselijk toedoen wordt openlijk bevraagd door de Amerikaanse regering. Je zult denken: dat zijn die gekke Amerikanen maar, wij Nederlanders weten wel beter. Des te schokkender is het dat de grootste partij van Nederland zich heeft laten ompraten door een klimaatscepticus van eigen bodem: Gert-Jaap van Ulzen. Het Leeuwardse VVD-gemeenteraadslid heeft bij het VVD-partijcongres begin 2016 een verkiezingscommissie ervan overtuigd de volgende zin uit het concept-partijprogramma te schrappen: “Klimaatverandering leidt tot stijging van de zeespiegel en heftige regenbuien”. Wat hij daar precies over te zeggen had: “Het klimaat is een klein probleem met excessieve kosten en de wetenschap is er helemaal niet over uit dat het door de mens veroorzaakt wordt.” Hoe kan het toch dat klimaatsceptici zo ontzettend goed zijn in het zaaien van twijfel? Het boek (tevens documentaire) “Merchants of Doubt” van Naomi Oreskes en Erik M. Conway geeft daar antwoord op: twijfelzaaien is een industrie op zichzelf.

Zoals gezegd, klimaatverandering is ook zeker niet het eerste onderwerp waartegen een enorme anti-campagne is gelanceerd. Het gebeurde ook toen de kankerverwekkende eigenschappen van roken aan het licht kwamen, toen het gat in de ozonlaag werd ontdekt dankzij CFC’s en de dodelijke effecten van DDT bekend werken, om er een paar te noemen. Zelfs als er niemand te vinden is die de wetenschap in twijfel wilt trekken, worden mensen ingehuurd, of worden er instituten opgericht of betaald om dat wel te doen. In de jaren vijftig besefte de tabaksindustrie dat het bijzonder effectief was om simpelweg vragen te stellen. Dit deden ze in combinatie met contra-wetenschap bedrijven: er werden instituten opgericht of gesubsidieerd die met “wetenschap” komen waar de opdrachtgever wat aan heeft. Multinationals als Phillip Morris en ExxonMobil pompen nog altijd jaarlijks miljoenen dollars in organisaties die de wetenschap achter klimaatverandering bevragen. Want wie vragen stelt en wie wetenschap met wetenschap kan bestrijden, wekt de indruk dat er controverse bestaat over het onderwerp. Hierbij maakt men gebruik van de inherente zwakte van wetenschappelijke bedrijven: een wetenschappelijke ontdekking is geen gebeurtenis, maar een proces. Een proces waarbij het lang kan duren voordat de belangrijkste vragen beantwoord zijn. Op sommige vragen is waarschijnlijk nooit een bevredigend antwoord te vinden: waarom krijgt de één wel kanker bij roken en de ander niet? Zulke twijfel is echter niet het probleem, bij onderzoek is er namelijk altijd twijfel. De juiste vraag die gesteld moet worden is, of er voldoende twijfel bestaat.

Bij roken was voldoende twijfel reeds in de jaren 60 weggenomen en bij klimaatverandering inmiddels meer dan twintig jaar geleden, maar vragen vertragen. Pas in 2009 stond het Amerikaanse congres toe dat de FDA tabaksgebruik mocht reguleren en 40% van de bevolking was er in 2007 overtuigd dat wetenschappers het nog steeds niet eens waren over het bestaan van klimaatverandering. Vragen stellen is op een gegeven moment alleen niet meer toereikend, je hebt als professionele twijfelzaaier meer nodig. Om legitiem over te komen voor het publiek moet je spreken in de taal en manieren aannemen van echte onderzoekers. Daar zijn de “instituten” voor. Net als de buitenaardse kakkerlak uit de eerste Men In Black film die parasiteerde op het lichaam van een mens door zich als mens voor te doen, gebruiken dit soort instituten het jargon van de wetenschap om te doen alsof hun bevindingen kloppen. Soms zijn die bevindingen nog best logisch ook. Maar net zoals de buitenaardse kakkerlak-mens voor de oplettende kijker door de mand valt vanwege zijn ongezonde huidkleur en stoethaspelige motoriek, zo ook neemt de geïnformeerde lezer de teksten van de twijfelzaaiers met een grote korrel zout. Het probleem is dat lang niet iedereen goed is geïnformeerd. En precies op die doelgroep richten de sceptici hun pijlen. Het George C. Marshall Institute gold in deze tak van sport als de grootste en beruchtste raddraaier.

Het instituut werd in 1984 door natuurkundige Robert Jastrow opgericht als conservatieve spreekbuis ter promotie van Star Wars: Ronald Reagan’s plan om in de ruimte afweergeschut te maken tegen Russische kernkoppen. Toen in 1989 de Muur viel en de gehate Sovjet-vijand desintegreerde, moest het instituut op zoek naar een nieuwe antagonist en die vonden ze al snel: “milieu-alarminsten”. Het insituut, in 2015 opgeheven, was in de ban van klimaatverandering, hoewel het zelf een “kritische beschouwing van de wetenschap achter klimaatverandering” noemen. Hun website bestaat voor een belangrijk deel uit een opeenstapeling van artikelen met koppen als “Climate Radicalism” (over de hulpeloze hysterie van environmentalists) en “Facts Confronting Illusions” (ironisch genoeg een heel onfeitelijk artikel), waar in enkele alineas decennia van klimaatwetenschap van tafel wordt geveegd. Dit laatste artikel is geschreven door William O’Keefe, COO van het Marshall-instituut, en is tevens een uitstekend voorbeeld van de manier waarop klimaatsceptici hun zaak bepleiten. Het begint met een anekdote over Barack Obama’s bezoek aan Alaska in 2015. Obama zei daar in een speech dat de ontkenners van antropogene klimaatverandering steeds geïsoleerder raken in hun overtuigingen. Ook sprak hij over het terugtrekken van de gletsjers en dat, als er niet wordt ingegrepen, de temperatuur op Alaska zes tot twaalf graden kan toenemen tegen het einde van deze eeuw met alle catastrofale gevolgen van dien. Vervolgens reageert de auteur hier op:

“Claims of impending doom because humans consume fossil fuels to power vehicles and planes, provide heat and lighting, and power industry do not comport with either scientific or economic facts. They are part of a marketing campaign designed to grant more power to the government and make green energy hucksters rich. The evidence of this conclusion is readily available to anyone who wants to find it. Satellite temperature measurements, which are highly accurate and global, clearly show that since 1998 there has been a pause in warming. As a result, the models which climate advocates use to bolster their predictions of dread have grossly over-predicted warming. Carbon dioxide, which EPA regulations are designed to reduce, is finally being recognized as a necessary nutrient that allows plants and crops grow more efficiently and which have caused a greening of the planet.”

Fragment uit William O’Keefe’s, “Facts Confronting Illusions” (2017).

Op een zekere deprimerende manier is het best een humoristisch stuk. Dit soort redenaties zijn exemplarisch voor klimaatsceptici: de drogredeneringen van de naysayers die de tand des tijds hebben doorstaan. De strekking van de moderne ontkenner is terug te vinden in zijn stuk: de mens beïnvloedt het klimaat, maar we weten niet in hoeverre. Opvallend is dat, in tegenstelling tot het bagatelliseren van het probleem (zoals de tabaksindustrie bij roken deed bijvoorbeeld), er nu een andere tactiek wordt gebruikt. Sceptici stellen niet meer enkel vragen of richten malafide instituten op, ze trekken nu ook de legitimiteit van de wetenschap(pers) in twijfel.


Wie namelijk in de tekst van O’Keefe duikt, vindt genoeg stof tot nadenken. Klimaatverandering is het gevolg van toegenomen zonne-activiteit, stelt hij. CO
2 uitstoot komt door vulkanische activiteit of gewoon door natuurlijke cycli. Het lastige aan deze redeneringen is dat ze stuk voor stuk half-waar zijn: allemaal kunnen deze factoren oorzaken zijn voor temperatuurstijging en klimaatverandering. Of ze ook daadwerkelijk de reden zijn voor klimaatverandering zoals wij die momenteel waarnemen, is irrelevant. Ontkenners hoeven alleen maar een ander causaal verband te presenteren dan klimaatwetenschappers doen. Zegt de wetenschap CO2, dan zeggen zij vulkanen. Sceptici hoeven niemand te citeren, en kunnen een scenario uit het IPCC rapport pakken met een grotere onzekerheidsmarge dan de realistischere scenario’s en deze als enige optie presenteren, of ze citeren gewoon zichzelf en/of collega-sceptici en presenteren de citaten alsof het feiten zijn. Kort gezegd: geef de lezer van dit soort teksten, die vaak toch al sceptisch was, een plausibel klinkend alternatief en die kan vervolgens zeggen: “Zie je wel, de mens is niet schuldig!”. Stop daarbij in je tekst zinnen als: “It has not been shown…/there are still many uncertainties regarding…/the jury is still out on…” en je hebt al snel een effectieve cocktail van onzekerheid. Maar dat is nog niet alles. Je hebt een extra wapen nodig en dat wapen komt in één van de meest effectieve vormen van desinformatie: data. Beter gezegd: gemanipuleerde data. En dan begin je pas echt.

Lees volgende week meer over Arians kijk op de retoriek van klimaatsceptici!

 

REFERENTIES

  1.     Heilbron, Muntz & Straver. VVD schrapt zin over klimaatverandering na kritiek (januari 2017). Trouw.nl. Geraadpleegd op 1 juni 2017 op https://www.trouw.nl/groen/vvd-schrapt-zin-over-klimaatverandering-na-kritiek~a401a357/
  2.     Intergovernmental Panel on Climate Change (1995). IPCC Second Assessment – Climate Change 1995. Geraadpleegd op 14 mei, 2017 op http://www.ipcc.ch/pdf/climate-changes-1995/ipcc-2nd-assessment/2nd-assessment-en.pdf
  3.     Intergovernmental Panel on Climate Change (2014). Climate Change 2014 Synthesis Report Summary for Policymakers. Geraadpleegd op 14 mei, 2017 op https://www.ipcc.ch/pdf/assessment-report/ar5/syr/AR5_SYR_FINAL_SPM.pdf.
  4.     O’Keefe. (2017). Facts Confronting Illusions. Geraadpleegd op 24 mei 2017, op http://marshall.org/climate-change/facts-confronting-illusions/
  5.     Oreskes, N., & Conway, E. M. (2012). Merchants of doubt: How a handful of scientists obscured the truth on issues from tobacco smoke to global warming. London: Bloomsbury.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top