skip to Main Content

Je buurt in bloei: hoe guerrilla gardeners zorgen voor meer groen

Je Buurt In Bloei: Hoe Guerrilla Gardeners Zorgen Voor Meer Groen

Hoe goed je ook bezig bent met je tweedehandskleding, je herbruikbare waterfles en je groene energie, soms kan het voelen alsof al je harde werk onzichtbaar is. Iets dat níét onzichtbaar is, is guerrilla gardening! Als guerrilla gardener fleur je je wijk op door planten te planten waar eerst tegels lagen, bloemenzaadjes te strooien waar grond braak ligt en vooral een habitat te creëren voor allerlei insecten. De beweging bestaat ongeveer 50 jaar, maar radicale tuinders vind je al eerder in de geschiedenis. 

De voorgangers van de beweging 

Een vroeg voorbeeld van radicaal tuinieren is de Engelse groep True Levellers, geleid door Gerrard Winstanley in 1600. Zij stonden voor de afschaffing van het eigendomsrecht en namen voor een campagne gemeenschappelijk land over om het te bewerken en de gewassen gratis te verdelen binnen de groep. 

Zo’n tweehonderd jaar later leefde één van de bekendste guerrilla gardeners, de Amerikaanse Johnny Appleseed. Hij zwierf in de jaren 1800 door de Ohio-vallei en elders en plantte willekeurig zaden waar hij ging, vermoedelijk om te onderwijzen, te voeden en te verfraaien. Echter was hij ook een kweker die bomen verkocht, dus wellicht was het verspreiden van zijn bomen ook een zakelijke onderneming. 

Tegenwoordig bestaan de guerrilla gardeners uit diverse groepen van over de hele wereld. Van politieke activisten die radicaal te werk gaan tot kleinschalige tuinierders die het houden bij hun eigen wijk.

Het verhaal achter guerrilla gardening 

De term ‘guerrilla gardening’ werd in 1973 voor het eerst gebruikt in New York City door Liz Christy die een groep tuinierende activisten oprichtte die zichzelf de Green Guerrillas noemden. Ze renoveerden braakliggende terreinen, verwijderden afval en puin rond verlaten wooncomplexen en plantten bloemen en groenten. De groep bestaat nog steeds en naast het onderhouden van destijds aangeplante stukken grond zijn ze nu ook bezig met educatie rondom community gardening en klimaatverandering. Op hun website leer je meer over de historie en hier vind je een inspirerende video over hoe New York City door de jaren is vergroend door vooral gemarginaliseerde groepen.


Laura (40) is guerrilla gardener in Haarlem, een van de meest versteende steden van Nederland. Ze kwam guerrilla gardening tegen op Instagram en is sindsdien bezig meer groen in het straatbeeld te brengen.

Aan wat voor soort projecten heb je gewerkt?

“Ik ben met boomspiegels* begonnen en de afgelopen tijd heb ik ook wat meer geveltuinen aangelegd, onder andere bij een basisschool. De eerste anderhalve tegel mag je eruithalen om een tuintje te maken dat tegen je huis aan zit. Daar probeer ik dan bij te helpen, of advies bij te geven hoe ze dat kunnen aanpakken. Zo probeer ik ook weer andere mensen te motiveren om te tuinieren in de openbare ruimte.”

Hoe zit het met de regelgeving rondom guerrilla gardening in Nederland?

“Het verschilt per gemeente wat toegestaan is. Bij de ene gemeente moet je eerst een aanvraag doen om een geveltuin of boomspiegeltuin te maken en bij de andere gemeente mag je het doen en kan je het daarna aanmelden bij een website zodat de plantsoendiensten het niet kapot komen schoffelen. Er zijn ook mensen die heel actief zijn om bijvoorbeeld bloembommen die je kan maken met zaden, aarde en klei over een hek te gooien. Dus als jij in je buurt een terrein hebt dat heel lang braak ligt en waar niks interessants groeit en bloeit, dan kan je het op die manier opfleuren.”

Ik kan me voorstellen dat mensen denken: een paar plantjes planten, wat voor nut heeft dat nou? Welke impact zie je in je omgeving?

“Het heeft zeker nut. Als je kiest voor biologische zaden en planten waar bloemen aan komen waar bijen op af komen dan zul je direct daar bijen op zien. Waarschijnlijk weet je wel dat het echt heel slecht gaat met de bij en dat de bij een belangrijke rol in ons ecosysteem heeft voor onze voedselvoorziening. Wat dat betreft is elke paardenbloem die je laat staan al winst. Wat je kunt creëen met boomspiegels is dat er steeds weer een plekje is waar die bij heeft waar hij kan uitrusten of eten kan vinden. In feite hoeft dat dan maar een bloem te zijn. Zodra je iets hebt geplant en je ziet dat er insecten op afkomen dan heeft het al effect gehad.”

De stichting Guerrilla Gardeners, wat doet die?

“Je kan jouw initiatief of tuintje aanmelden op hun website. Ze hebben een hele informatieve site met allemaal tips en blogs en ze organiseren leuke evenementen waar je naartoe kan gaan. Ze hebben ook een website waar je materialen kan kopen als je bijvoorbeeld met een groepje een bloembommen workshop wilt geven.”

Laura’s tips voor het uitzoeken van planten

  1. Haal je planten niet uit een tuincentrum, maar bij een biologische kwekerij die bijvoorbeeld kweekt in de open lucht. Dan weet je al dat het stevige planten zijn die goed bestand zijn tegen ons weer die niet in een warm tuincentrum zijn opgekweekt en het dan maar een paar maanden doen in je tuin. Er wordt veel namelijk gesjoemeld in tuincentra, op veel planten zit gif en daarvan gaan de bijen dood. Je kan maar beter biologische planten komen die iets duurder maar wel steviger zijn. Daarnaast kan een biologische kweker je ook adviseren over zon- en schaduwplanten.
  1. Plant inheemse planten, die al van oudsher in Nederland voorkomen. Geen exotische planten uit het tuincentrum planten, want die zijn vaak veel zwakker. Je wil planten hebben die sterk zijn en stevige wortels maken.
  1. Als je zaait, kan je het in de herfst weer oogsten. Dat kan je heel goed doen met klaprozen, goudsbloem en stokrozen. Dit is ook handig als je weinig budget heb, dan ga je gewoon nu overal zaden verzamelen. Die kan je dan weer uitzaaien langs gebouwen, of bij een lantaarnpaal.
  1. Kijk of mensen zaden of plantjes weggeven, bijvoorbeeld op Facebook of bij een stekjesruil. Er zijn altijd wel mensen die wat over hebben.

Laura’s tips voor het opfleuren van boomspiegels

  1. Kijk hoe groot de boomspiegel is. Is er al ruimte om iets te planten of zitten er veel stoeptegels strak omheen? Je kan kijken of je een aantal stoeptegels kan weghalen, zolang je zorgt dat de stoep zelf breed genoeg blijft om erover heen te lopen met een kinderwagen of rolstoel.
  1. Zorg dat je de boomwortels geen schade toebrengt. Sommige boomwortels liggen vrij hoog en timmer er dan nooit een rand omheen om die vervolgens vol te stoppen met aaarde. Aarde wordt natuurlijk nat en dan kan zo’n stam van de boom gaan rotten en dan gaat de boom dood. Kijk of je wat aarde of potgrond kan toevoegen en dat je dat een beetje mengt met de aarde of zand die al bij de boom ligt. Voel dan of er ruimte is tussen de wortels om een schepje in te zetten, zo ja, dan kan je een plantje planten en als er niet genoeg ruimte is, dan kan je iets zaaien of een bloembolletje planten.
  1. Plant bodembedekkers, zoals een lage geranium die ook nog eens mooi lang groen blijft (ziet er goed in verschillende seizoenen!). Bodembedekkers zijn handig, want daarmee verdwijnt de kale aarde onder de planten. Dat is gunstig, want zo poepen er geen honden of gooien mensen er geen afval in.

En als laatste tip…

“Begin gewoon! Al haal je maar een paar tegels uit je voor- of achtertuin: zaai er wat in en kijk wat er gebeurt. Dan doe je het volgend jaar weer net iets anders, of het is een succes en je gaat gewoon zo door.”

Meer weten? 

In dit artikel lees je meer over groen tuinieren (met links naar handige websites!). En wil je meer weten over de groene stad? Dan vind je hier een filosofische benadering van het concept ‘natuur’ in de stad. Als je meer wilt weten over biodiversiteit in de stad, legt een stadsecoloog het hier uit. Een ander, redelijk nieuw concept is de Tiny Forest, lees hier meer.


 *Een boomspiegel is de grond rondom een aangeplante boom die ervoor zorgt dat een boom nog voldoende water en lucht krijgt, ondanks dat de wortels onder tegels liggen.


Bron: Vukadin-Hoitt, S. (2015). Guerrilla Gardening. In The SAGE Encyclopedia of Food Issues (pp. 750–753).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top